Een gesprek met Peter Vermeersch
©Handelsbeurs, Liesbeth De Voogdt en Wannes Gyselinck
‘Blind date’ is een nieuwe concertvorm van ictus en de Handelsbeurs waarbij het publiek op voorhand niet weet wat er gespeeld zal worden. Voor de eerste editie van dit luisterexperiment stelden beide bedenkers een compilatie van twaalf werken samen. geheel volgens de filosofie van het concert werden deze werken zonder vermelding van titel en componist aan de gentse componist, klarinettist en bezieler van de big band Flat Earth society (FEs) peter Vermeersch voorgelegd met de vraag deze in een top-12 te rangschikken. De favoriete werken van Vermeersch worden op 15 oktober door ictus uitgevoerd. De identiteit van de werken blijft tot dan geheim, zowel voor het publiek als voor de curator. Alvast een gesprek met peter Vermeersch over zijn muzikale voorkeuren en stokpaardjes, over laptopconcerten en ‘ingelijfde’ muziek, boeiende causeurs en meeslepende zottekoten.
- Het idee voor ‘blind date’ is eigenlijk geboren toen Flat Earth society vorig seizoen in de handelsbeurs haar ‘modernski’-programma voorstelde. Opvallend weinig mensen namen een programmaboekje mee de concertzaal in. De onwetendheid over het programma creëerde na het concert een grote nieuwsgierigheid naar de gespeelde werken, waaronder Kagel en Morricone.
Peter Vermeersch: “Op een FES-concert komt het publiek inderdaad eerder naar een big band luisteren dan naar een programma. Dat kan, zoals toen, voor het publiek leuke muzikale verrassingen opleveren. Bij een echt klassiek concert laat de luisteraar zich in de eerste plaats door het repertoire leiden. Ikzelf selecteer klassieke concerten puur op het programma, de uitvoerder komt pas op de tweede plaats. Als de Sacre van Stravinski gespeeld wordt, dan ga ik gewoon.”
Wat is voor jou de meerwaarde van een live uitvoering?
“Je zit bijna in dezelfde akoestiek als het orkest. De luisterbeleving wordt versterkt door de fysieke aanwezigheid van de muzikanten en van het publiek. Je bent samen met de rest van het publiek getuige van een unieke gebeurtenis. Bestaande uitvoeringen moet je wel van je afzetten, anders ga je te veel letten op verschillen. In Brussel hoorde ik een tijd geleden de Turangalîla-symfonie van Olivier Messiaen. Daar heb ik ontdekt dat de ondes-Martenot diepe bastonen kan produceren. Dat heb ik op een opname nooit gehoord.”
Ictus en de handelsbeurs schotelden je een selectie van twaalf ‘blinde’ nummers voor. kon je zelf een rode draad ontwaren in de selectie?
“Neen, er is geen rode draad. Tenzij verscheidenheid, zeker qua bezetting, de rode draad kan zijn.”
Was het gemakkelijk om een top-12 te maken?
“Het is altijd raar om een ‘best-of’ te maken. Ook bij een concert zijn er mindere stukken die toch een functie kunnen krijgen door ze in een welbepaalde context en volgorde te plaatsen. Dit heeft dus wel wat meegespeeld bij de rangschikking
Wij wilden vooral weten welke muziek je kan bekoren, eerder dan je te vragen een evenwichtig concertprogramma samen te stellen. Welke muziek is voor jou aantrekkelijk?
“Wat mij aantrekt is muziek die authentiek overkomt.”
Wat bedoel je precies met ‘authentiek’?
“André Hazes vind ik bijvoorbeeld authentiek. Iets is authentiek wanneer het dicht ligt bij hoe iemand is; in het geval van muziek is dat muziek die dicht bij de componist of de uitvoerder staat. Ik wil niet het gevoel hebben dat ik naar een vertolking luister. Ik wil rechtstreeks naar het muziekstuk luisteren. Muziek is voor mij pas goed als er een dialoog mogelijk is tussen het werk en het publiek. Het ideaal van de virtuoze uitvoerder is niet aan mij besteed. Hoe dichter de creatie en de uitvoering bij elkaar staan, hoe beter. Je voelt snel of iemand een stuk ‘ingelijfd’ heeft of niet. Glenn Gould bijvoorbeeld in zijn uitvoeringen van de Goldbergvariaties van Bach. Die muziek zit in zijn systeem. Bij jazz-improvisatie valt creatie en uitvoering samen, daar is de ‘assimilatie’ compleet. Muziek van Miles Davis uitgevoerd door andere vertolkers dan Davis zelf kan me daarom maar matig boeien.”
Kan je de werken die bovenaan je lijstje staan plaatsen in de tijd of er zelfs een paar namen op plakken?
“Ik heb een aantal sterke vermoedens. De stijl kan ik meestal wel plaatsen. Toch was er maar één werk dat ik helemaal kon thuisbrengen. Enkele aangename verrassingen ook.”
Welke persoonlijke criteria hebben meegespeeld in het opmaken van je hitlijst?
“Zoals bij het samenstellen van programma’s voor FES heb ik hier ook gezorgd voor genoeg variatie. Ook voor elk concert met FES maak ik een nieuwe setlist. Het moet spannend blijven, vind ik.”
Je uiteindelijke ‘hitlijst’ toon een vrij tendens. de werken met elektronica bengelen duidelijk onderaan.
“Ik heb niets tegen elektronische muziek. Al vind ik ze maar zelden goed. Het probleem is dat elektronica vaak verengd wordt tot laptopconcerten. Ik vind die saai omdat er geen interactie met het publiek mogelijk is. Ik kijk graag naar muzikanten. Het moet geen spektakel zijn, maar ik zie graag waar de klank vandaan komt en hoe die geproduceerd wordt.”
Componeer je anders voor elektronica?
“Als je voor elektronica componeert, ben je luisteraar en maker tegelijkertijd. Ik heb niet het talent om muziek zo maar direct uit te schrijven, dus ik gebruik mijn computer ook als hulpmiddel. Het gevaar van componeren met de pc is dat je meteen al met je eindresultaat bezig bent. Je dreigt in een vroeg stadium microscopisch te gaan werken. De laptopcomponist komt door steeds opnieuw te luisteren naar zijn ‘work in progress’ ergens waar de luisteraar niet kan komen.”
Is voorkennis over muziek belangrijk om adequaat naar muziek te luisteren?
“Communicatie van muziek heeft volgens mij niets te maken met kennis. Een stuk moet zo gemaakt zijn dat het rechtstreeks met het publiek kan communiceren. Ik ben niet tegen moeilijke of abstracte muziek maar muziek moet altijd een ‘verleidingsfactor’ hebben. Neem nu Ligeti. Zijn muziek is een zottekot, maar er zit altijd iets in dat je meeneemt.”
Dus weg met het programmaboekje?
“Ik lees het zelden of nooit, zeker niet voor een concert. Ik wil niet weten waar een componist geboren is of in welke fase hij in zijn leven was bij het componeren van een specifiek werk. Dat geeft vaak een vertekend beeld, of zet aan tot aan verkeerde conclusies.”
Is jouw persoonlijke muzikale ‘canon’ al rond of leer je nog elke dag nieuwe dingen kennen?
“Ik ben redelijk hongerig. Ik ontdek veel via de radio. Klara is voor mij de radiozender met de grootste durf en variatie. Verder is ook het internet een onuitputtelijke bron om nieuwe zaken te ontdekken. Ik heb een abonnement op eMusic.com waar ik toegang heb tot muziek uit de meest uiteenlopende genres.”
Je weet heel goed wat je wil horen. speelt de akoestiek van de zaal ook mee in de keuze van een concert?
“Als ik een concert interessant vind dan ga ik er naartoe, ongeacht waar het plaatsvindt. Maar als ik voor dezelfde uitvoering kan kiezen tussen twee zalen, dan gaat mijn voorkeur uit naar een zaal ‘op maat’ van de muziek. Dus voor kamermuziek kies ik voor een kleinere zaal waar alle nuances goed hoorbaar zijn, ongeacht waar je zit in de zaal.”
Wat zijn je muzikale fetisjen uit de 20ste eeuw?
“Een werk dat me blijft boeien is Le Grand Macabre van Ligeti. Toen ik het zag in de Munt, werd ik omvergeblazen. In de jaren ’80 heb ik het leren kennen, op plaat. Ik studeerde toen architectuur, speelde in een punkgroepje en vond alles van Ligeti goed. Ik begreep die muziek. Mijn fascinatie was zo groot dat ik zijn partituren ging ontlenen in de musicologiebibliotheek van de Gentse Universiteit. Er is veel gekristalliseerd in deze opera, de muziek is overrijp. De partituur is moeilijk te spelen en zeer complex, maar de idee erachter is van een dodelijke eenvoud. En dan de humor natuurlijk.”
Is dat dan authentieke muziek?
“Ja, zeker! Ik weet dat ‘authentiek’ een moeilijk begrip is. Het tegengestelde van authentiek is maniëristisch. Ik hoorde al uitvoeringen op authentieke instrumenten die voor mij niet authentiek overkomen terwijl Bach op accordeon zeer authentiek kan zijn.”
Ictus is in de jaren ’80 ontstaan als een afsplitsing van Maximalist! toen een groep muzikanten zich wou gaan toeleggen op gecomponeerde hedendaagse muziek. Volg je ictus nog?
“Ictus ben ik altijd blijven volgen om nieuwe dingen te ontdekken. Je kan Ictus mijn barometer noemen voor alles wat nieuw en goed is.”
Heb je ten slotte nog repertoire tips voor ictus achter de hand?
“Wat ik heel graag eens live zou horen is Voices van Hans Werner Henze, een liederencyclus op politieke teksten. Sommige liederen zijn puur elektronisch, andere voor banjo en stem. De verwachtingen die aan de muzikanten worden gesteld zijn heel hoog, vandaar dat het werk maar zelden wordt uitgevoerd. Maar dat is zeker niet het enige. Bij alle componisten zijn er wel een paar stukken die je veel te zelden hoort.
©Handelsbeurs, Liesbeth De Voogdt en Wannes Gyselinck

0 comments:
Post a Comment